Vijf foute enquêtevragen waardoor gegevens onbruikbaar worden

U weet misschien al welke vragen u wilt stellen in uw enquête, maar of uw enquête goed of slecht uitpakt, wordt bepaald door de manier waarop u deze vragen schrijft. De vraagstelling kan onbedoeld de mening van een respondent beïnvloeden en ervoor zorgen dat iemand de vraag niet volledig of onjuist beantwoordt.

Op een goed geschreven vraag kunnen uw respondenten waarheidsgetrouw antwoorden, zonder dat ze naar de ene of andere kant worden overgehaald. Oftewel, de vragen mogen geen verwarring veroorzaken waardoor respondenten niet meer weten wat ze moeten antwoorden.

Kijk daarom goed naar deze vijf veel voorkomende fouten, voordat u begint met het schrijven van uw vragen:

1. Suggestieve vragen

De grootste fout in een enquête: vragen die zo worden geformuleerd dat de lezer overgehaald wordt om een bepaald standpunt in te nemen. U kunt meestal zien of een vraag suggestief is als deze niet-neutrale woorden bevat.

Slechte vraag: Hoe klein was Napoleon?

Het woord 'klein' roept gelijk een bepaald beeld op bij de respondent. Als de vraag neutraal wordt herschreven, kan de suggestieve vooringenomenheid worden weggenomen.

Goede vraag: Hoe zou u de lengte van Napoleon omschrijven?

Suggestieve vragen kunnen ook onnodige toevoegingen bevatten.

Slechte vraag: Moeten bezorgde ouders kinderzitjes gebruiken in de auto?

De term 'bezorgde ouders' leidt de respondent af van het onderwerp. Houd de vraag daarom to the point en geef alleen de informatie die nodig is om de vraag te beantwoorden.

Goede vraag: Vindt u dat kinderzitjes verplicht moeten worden in de auto?

2. Geladen vragen

Geladen vragen zijn vragen waarvan de bewoording respondenten dwingt een antwoord te geven dat niet direct overeenkomt met hun mening of situatie. Deze veel voorkomende fout zet respondenten op het verkeerde been en is één van de belangrijkste redenen waarom respondenten enquêtes niet afmaken.

Slechte vraag: Waar drinkt u graag een biertje?

Door deze vraag te beantwoorden geeft de respondent aan dat hij of zij bier drinkt. Er zijn echter veel mensen die niet van bier houden of geen alcohol drinken en daarom de vraag niet naar waarheid kunnen beantwoorden.

U kunt dergelijke vragen voorkomen door uw enquête vooraf te testen en te controleren of elke respondent deze eerlijk kan beantwoorden.

In het bovenstaande voorbeeld kunt u bijvoorbeeld eerst vragen of de respondent bier drinkt. Gebruik vervolgens logica voor overslaan zodat mensen die geen bier drinken de vragen kunnen overslaan die niet op hen van toepassing zijn.

3. Gecombineerde vragen

Een gecombineerde vraag is een van de meest voorkomende fouten waardoor uw enquêteresultaten onbruikbaar worden. Dit is het geval wanneer respondenten twee vragen tegelijk moeten beantwoorden.

Enquêtevragen moeten zo worden geschreven dat er slechts één ding wordt gemeten. Als een vraag twee onderwerpen heeft, kunt u onmogelijk bepalen wat de respondent vindt van de afzonderlijke elementen.

Slechte vraag: Hoe tevreden of ontevreden bent u met het salaris en de arbeidsvoorwaarden van uw huidige baan?

In het bovenstaande voorbeeld is het beter om de vraag op te splitsen: stel één vraag met betrekking tot het salaris en één vraag met betrekking tot de arbeidsvoorwaarden. Doet u dat niet, dan houden sommige van uw respondenten bij het beantwoorden van de vraag meer rekening met het salaris, terwijl voor anderen juist de arbeidsvoorwaarden zwaarder wegen.

Goede vragen: Hoe tevreden of ontevreden bent u met het salaris van uw huidige baan? Hoe tevreden of ontevreden bent u met de arbeidsvoorwaarden van uw huidige baan?

U stelt sneller een gecombineerde vraag dan u denkt; bijvoorbeeld door de respondent rekening te laten houden meer dan één groep.

Slechte vraag: Hoe nuttig is dit handboek voor studenten en starters op de arbeidsmarkt?

Nu moet de respondent één enkel antwoord geven voor beide groepen (studenten en starters). Splits daarom de vraag opnieuw op: één vraag met betrekking tot studenten en één vraag met betrekking tot starters.

Goede vragen: Hoe nuttig is dit handboek voor studenten? Hoe nuttig is dit handboek voor starters op de arbeidsmarkt?

4. Beperkende vragen

Beperkende vragen drijven respondenten in een hoek waardoor ze geen nuttige feedback kunnen geven. Deze vragen bevatten meestal de opties 'ja/nee' en woorden zoals 'altijd', 'alle', 'elke', 'ooit', etc.

Slechte vraag: Ontbijt u altijd? (Ja/nee)

Als u het bovenstaande voorbeeld letterlijk neemt, kan bijna niet één respondent de vraag met 'ja' beantwoorden. En dan zijn er ook altijd nog respondenten die denken dat er gevraagd wordt of ze altijd uitgebreid ontbijten als ze de kans krijgen.

Beperkende vragen zijn niet flexibel, waardoor ze niet geschikt zijn voor een enquête. Respondenten moeten juist kunnen kiezen uit verschillende opties.

Goede vraag: Hoeveel dagen per week ontbijt u gewoonlijk? (Elke dag/5-6 dagen/3-4 dagen/1-2 dagen/Ik ontbijt meestal niet)

5. Onduidelijk of verwarrend taalgebruik

Gebruik altijd heldere, beknopte en eenvoudige taal. Gebruik geen afkortingen, technische begrippen of jargon waardoor uw respondenten mogelijk in verwarring raken. Moet u wel een lastig begrip of concept gebruiken, geef dan gelijk een definitie of voorbeeld. Zo weet u zeker dat bijna iedereen uw vragen gemakkelijk kan beantwoorden, waardoor mensen eerder geneigd zullen zijn om uw enquête in te vullen.

Slechte vraag: Hebt u een tablet?

Goede vraag: Hebt u een tablet (zoals een iPad of Android-tablet)?

Slechte vraag: In welke mate is de ruimte schoon?

Goede vraag: Hoe schoon is de ruimte?

Probeer het taalgebruik in uw vragen vooral eenvoudig en toegankelijk te houden. Voor groepen respondenten die over een bepaalde (vak)kennis beschikken, kunt u mogelijk wel moeilijkere begrippen en ideeën gebruiken.

Vraag uzelf af of uw respondenten goed op de hoogte zijn van bepaalde gebeurtenissen, begrippen en problemen die in uw enquête aan bod komen. Hoe meer u zich kunt richten op het schrijven van goede vragen (in plaats van op het uitleggen van bepaalde termen), des te beter.

Wanneer u bijvoorbeeld een enquête houdt onder patiënten in een ziekenhuis is het verstandig om geen medisch jargon te gebruiken. Als uw groep respondenten echter uit artsen bestaat, is het logischer dat u specialistische vragen stelt en daarbij meer vaktermen gebruikt.

Door te letten op deze vijf veelvoorkomende fouten bij het schrijven van vragen, behaalt u betere resultaten, zijn uw gegevens nauwkeuriger en sluiten uw respondenten uw enquête met een goed gevoel af omdat ze eerlijke en nauwkeurige feedback hebben kunnen geven. Zo scoort u op alle fronten, dus klim in de pen en ga aan de slag!

Vindt u het moeilijk om de juiste woorden te vinden? We beschikken over een groot aantal hulpmiddelen om u op weg te helpen. Of neem contact op met onze experts: zij helpen u graag met het ontwerpen van uw enquête.

SurveyMonkey: voor het antwoord op al uw vragen