Extra toelichting
Punt 2/3. De correctie van de schalen A en B is noodzakelijk als gevolg van de lange periode (4 jaar) waarin geen nieuwe cao was afgesloten. De jaarinflatie in de periode tussen 2014 en 2018 alleen al betrof 5,51%. De schaalsalarisaanpassing van 3% voor het rest van de salarisschaal is dan ook goed te verdedigen, evenals de afspraak voor het eind van dit jaar de situatie opnieuw te bekijken.
Punt 4. De introductie van een staffel bij de uitkering bij arbeidsongeschiktheid is een lang gekoesterde wens van de leden van de Branchevereniging Tandtechniek. De tandtechniek-cao was een van de weinige cao's waar doorbetaling tot 100% in het tweede ziektejaar - in weerwil van de destijds gemaakte SER-afspraken - was afgesproken.
Punt 5. Verlenging van de termijn naar 48 maanden ipv de huidige 24 maanden waarin contracten voor bepaalde tijd kunnen afgesloten, evenals de verhoging van het aantal contracten voor bepaalde tijd geeft meer flexibiliteit en dwingt de werkgever minder snel tot het afscheid nemen van een werknemer.
Punt 6. De huidige 1200 euro per leerjaar waarin de huidige regeling terugbetaling opleidingskosten voorziet staat in geen verhouding tot de daadwerkelijke kosten.
Punt 8. Beperking van het aantal dagen recht op kortdurend verlof van 10 naar 7 dagen in ruil voor behoud van loon heeft diverse voordelen. Uiteraard een beperking van die verlofdagen, maar ook gaat het de vervuiling van ziektemeldingen tegen. Immers: het is niet ondenkbaar dat een werknemer die zijn salaris gekort ziet worden tijdens een kortdurend verlof in de verleiding wordt gebracht om zich dan maar ziek te melden. Dit met alle gevolgen van dien.
Punt 9. De introductie van de aangepaste opzegtermijn in de CAO voor leden van de Branchevereniging Tandtechniek is in de praktijk een succes. De opzegtermijnen zijn voor werknemers en werkgevers gelijkgesteld, in principe 1 maand, tenzij er sprake is van een arbeidsverband van 2 jaar of langer: dan is een opzegtermijn van 2 maanden van toepassing.
Punt 10. Aangepaste pensioenpremie-verdeling. Hierbij is het goed te bedenken dat de pensioenpremie voor de overgang naar PFZW op maar liefst 31,2% stond. Hopelijk komt het nooit boven de 27% (nu staat de pensioenpremie op 24,1%), maar in dat onverhoopte geval is de afspraak dat alle premie boven 27% 50/50 verdeeld wordt tussen werkgever en werknemer.
Kortom: belangrijke verbeteringen waardoor we het principe-akkoord met positief advies aan u voorleggen.