Zes basisdiagrammen voor creatieve rapporten

Het is belangrijk voor onderzoekers om hun resultaten professioneel en begrijpelijk te communiceren aan hun collega's, managers en klanten.

Veel onderzoeken met opvallende resultaten worden helemaal niet gebruikt of raken in de vergetelheid. De reden? Onduidelijke rapporten. Diagrammen kunnen in een rapport een prima manier zijn om de resultaten helder en beknopt te presenteren.

Maar hoe kiest u het juiste diagram? Dat is lastig. Mensen begrijpen vaak niet wat de sterke en zwakke eigenschappen zijn van de verschillende soorten diagrammen. Vaak kiezen ze er eentje dat er mooi uitziet of stoppen ze hun rapport vol cirkel- en staafdiagrammen, want die komen bekend voor. Maar het is belangrijk dat onderzoekers het diagram kiezen dat de resultaten het beste voor de dag laat komen. In dit artikel bespreken we zes basisdiagrammen en laten zien hoe u ze het beste kunt gebruiken in uw rapporten.

Leer vandaag nog hoe u aangepaste diagrammen en gegevenstabellen creëert van uw enquêteresultaten!

1) Verticale staafdiagrammen

Verticale staafdiagrammen zijn ideaal om gemiddelden of percentages tussen twee tot zeven verschillende groepen te vergelijken. De staven worden gescheiden door een witruimte. Daarom moet u de x-as op een schaal plaatsen met categorieën die elkaar wederzijds uitsluiten (zoals meerkeuzevragen of vragen met selectievakjes). Voor categorieën met een doorlopende schaal kunt u beter een histogram gebruiken, maar dat komt straks aan bod. Bij dit diagram konden respondenten slechts één afzonderlijke optie selecteren (dagelijks, wekelijks...). Hierdoor is de kruisanalyse met geluk ideaal voor een verticaal staafdiagram.

2) Horizontale staafdiagrammen

Het horizontale staafdiagram wordt gebruikt bij het vergelijken van het gemiddelde of de percentages van acht of meer verschillende groepen. Net als bij het verticale staafdiagram kiest u alleen voor het horizontale staafdiagram als u categorieën vergelijkt die elkaar wederzijds uitsluiten. In dit diagram werden meer dan zeven categorieën snoepgoed onafhankelijk van elkaar gemeten en met elkaar vergeleken.

3) Cirkeldiagrammen

Cirkeldiagrammen zijn een goede oplossing om een steekproef in één dimensie te illustreren. U kiest dus voor een cirkeldiagram als u verschillen binnen groepen wilt laten zien die zijn gebaseerd op één variabele. In het bovenstaande voorbeeld hebben we de steekproefgroep onderverdeeld in verschillende leeftijdsgroepen, zodat we de relatie tussen leeftijd en de verkoop van suikerspinnen konden laten zien. Cirkeldiagrammen mogen echter alleen worden gebruikt in een groep categorieën die gezamenlijk een geheel vormen.

4) Lijndiagrammen

Lijndiagrammen worden gebruikt om trends in kaart te brengen. Met deze diagrammen kunt u de progressie van verkoop op de lange termijn meten (of een andere empirische statistiek die belangrijk is voor bedrijven of organisaties). Of gebruik lijndiagrammen om twee verschillende variabelen in de loop der tijd met elkaar te vergelijken. In ons voorbeeld ziet u de samenhang tussen hogere overheidsbestedingen aan gezond leven en de verkochte hoeveelheid snoep tijdens een periode van vijf jaar.

5) Puntenwolk

Met puntenwolken laat u de positie zien van verschillende objecten rond een gemiddelde op basis van twee of drie verschillende dimensies. Zo kunt u snel en eenvoudig concurrerende variabelen met elkaar vergelijken. In het voorbeelddiagram hierboven zien we wat de relatie is tussen soorten snoep op basis van de productiekosten en de verkoopprijs. In één oogopslag wordt het verschil duidelijk tussen twee objecten of hun relatie tot het gemiddelde: het grote vierkant op het diagram.

6) Histogram

Net als bij cirkeldiagrammen wordt in histogrammen de steekproefdistributie in één dimensie onderverdeeld. Het grote verschil tussen histogrammen en andere soorten diagrammen is dat histogrammen ideaal zijn om steekproefdistributies te illustreren op dimensies die zijn gemeten met discrete intervallen. De x-as is niet opgedeeld in categorieën die elkaar uitsluiten, zoals bij horizontale en verticale staafdiagrammen. In ons voorbeeld geeft het histogram aan hoeveel respondenten binnen de reeksen vallen voor snoepgoed dat per week wordt geconsumeerd. De x-as is een doorlopende schaal en elke staaf valt onder een reeks van vijf eenheden (of snoepgoed) op deze schaal.

De mogelijkheden van diagrammen

Door deze zes soorten diagrammen effectief in te zetten, maakt u uw rapporten een stuk professioneler en duidelijker. Er zijn veel ingewikkelde soorten diagrammen. Maar de typen die we in dit artikel bespreken, komen het vaakst voor en zijn het meest herkenbaar. Met ingewikkelde soorten diagrammen loopt u het risico dat u lezers alleen maar in verwarring brengt. Het is daarom veel beter om deze bekendere diagramtypes te gebruiken. Dus experimenteer met deze diagrammen en maak uw rapporten nog boeiender!

Kijk eens hoe SurveyMonkey uw nieuwsgierigheid kan bevredigen